Voor onze kringavond is ons gevraagd om het Bijbelboek 'Jona' te lezen.
Nu, dat heb ik dan ook netjes gedaan, hoewel ik voor mijn gevoel het verhaal wel kan dromen.
Het is natuurlijk ook één van de verhalen die je al van heel jong krijg voorgeschoteld.
Het is immers een prachtig verhaal om aan kinderen te vertellen en die ook nog eens behoorlijk tot hun verbeelding spreekt.

Er is één vers in het bijzonder dat mij heel erg raak.
En dat is het tweede vers van Hoofdstuk 4: ‘Ik wist het wel: U bent een God die genadig is en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid.’

Ik heb vanmorgen nog veel lopen nadenken over dit Bijbelboek Jona; heb er zelfs nog het één en ander over opgezocht en nagelezen.
Nog eens gekeken naar waar die haat van Jona vandaan kwam, naar zijn onvergevingsgezindheid.
Ik heb me verbaasd over zijn gedrag, maar ook over het feit dat ze hem zomaar overboord gooiden in de zee.
Ik heb me verbaasd over Gods houding naar Jona toe en ik heb me verbaasd over mezelf, dat ik verbaasd was over deze dingen.
Ik zou mijn hele gehele gedachtegang hierover wel neer kunnen schrijven en alle kanten die mijn gedachten opgingen.
Om heel eerlijk te zijn was ik daar eigenlijk al mee bezig, maar telkens als ik begon en een stukje had, wiste ik het weer uit en begon weer opnieuw, en opnieuw en opnieuw totdat tot me doordrong: Er is maar één woord wat steeds weer naar boven komt en wat vraagt om door gegeven te worden, namelijk het tweede vers van het vierde Hoofdstuk.
Het woord, waarin Jona uitspreekt Wie God is.

‘U bent een God die genadig is en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid.’

Jona wist Wie God was, hoe God was.
Hij kende het karakter van God, alleen was hij er in dit geval niet mee eens.
Maar dat doet er niet toe.
God is Wie Hij is en God blijft Wie Hij is.
Hij is onveranderlijk.

Weet jij wie God is, hoe Hij is?

Mijn hart is geraakt door dit woord en het gaat uit naar hen die denken dat er geen vergeving (meer) voor hen is.
Naar hen die denken dat ze (te vaak dezelfde) fouten/zonden hebben begaan en daardoor niet meer naar Hem terug durven.
Naar hen die door allerlei leugens worden aangeklaagd: ‘Jij vergeving ontvangen? Kom op, voor jou is geen vergeving (meer).’

Oh, dan wil ik je zo graag vertellen dat onze God een genadig God is!
Liefdevol, geduldig, trouw en …  tot vergeving bereid!

Wat je ook weerhoud of probeer te weerhouden om terug te keren naar Hem die vol liefde en genade op je wacht, zet het aan de kant en kom!
Hij wil vergeven ieder hart wat vol berouw tot Hem komt!
Hij stuur je niet weg, maar Hij staat als een Vader met open armen op je te wachten om je te vergeven en in  liefde te ontvangen.

Jezus heeft dit alles voor ons, voor jou en mij, mogelijk gemaakt.
Hij is de weg naar de Vader geworden.
Zijn lijden en sterven brengt ons vergeving!
Wees niet bang.
Laat je niet langer door de leugens van de boze verblinden.
Kom naar het kruis; kom naar de Vader.
Hij wacht op jou met open armen.
Want Hij is genadig, liefdevol, geduldig en trouw en tot vergeving bereid.
 

Een liefdevolle groet,
Rita
Lees meer...   (1 reactie)
 
 
 
Afgelopen week gingen mijn gedachten steeds terug naar 'wat als God stil blijft.'
Wat als we bidden en smeken, maar er komt geen antwoord.
De hemel lijkt van koper; alle opgezonden gebeden lijken niet verder te komen dan het plafond.
Je hebt dringend antwoord nodig.
Je verlangt wanhopig naar een teken van God.
Je hebt het nodig dat je weer even voelt, ervaart, dat Hij heel dicht bij is.
Maar niets van dat alles gebeurt.
Het is stil en het blijft stil.
 
Je opent je Bijbel in de hoop dat er als het ware een bepaalde tekst uitspringt; precies het woord dat je nodig hebt.
Maar de woorden lijken betekenisloos en er is er niet één die je hart raakt.
Je zet aanbiddingsmuziek aan, in de hoop dat de muziek je dicht bij Hem brengt, maar ook de muziek lijkt verstoken van Zijn aanwezigheid.
Het is stil en het blijft stil.
 
 
* 'Mijn God, mijn God, 'klinkt het, 'waarom hebt U mij in de steek gelaten?
    Waarom houdt U zich ver van mijn hulpgeroep,
    ver van mijn gejammer?
    Ik roep overdag, mijn God, en U antwoordt niet,
    en in de nacht, maar ik vind geen rust.'
    De woorden van David galmen door de ruimte.
 
* 'Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?'
    In het donker schreeuwt Jezus de woorden uit vanaf het kruis op Golgotha.
 
 
God is stil; God zwijgt.
Voor even.
 
Soms zwijgt God.
Soms voor een korte periode, soms voor een lange peiode.
Soms voor 40 jaar, soms voor 400 jaar.
Soms zwijgt God en blijft het stil.
 
Maar één ding is zeker, God zwijgt niet voor altijd.
Telkens opnieuw komt er een einde aan de stilte, aan Zijn zwijgen.
Al wat God van ons vraagt, waar Hij naar verlangt, is dat wij op Hem blijven vertrouwen, ook als Hij stil blijft.
Dat we in Hem blijven geloven, ook als niet spreekt.
 
Geloof, vertrouw, Hij is niet ver weg, ook al lijkt het zo in en door de stilte.
Geloof, vertrouw, blijf bidden, blijf smeken, de stilte van Zijn zwijgen duurt niet voor eeuwig.
Zijn wegen zijn hoger dan onze wegen, Zijn gedachten hoger dan onze gedachten.
Blijf geloven, blijf vertrouwen, de dag komt spoedig dat je Zijn stem weer hoort.
 
'Heer, U hebt mij geantwoord!' zegt david aan het einde van vers 22.
Ook voor jou komt die dag dat je zult zeggen: Ja, de Heer heeft ook mij geantwoord.
 
 
Mijn God, mijn God,
waar bent U?
Ik schreeuw de woorden uit.
Ik heb U zo nodig,
maar waar, waar bent U nu?
 
Ik bid, ik smeek,
ik schreeuw, ik huil.
Ik stoot de woorden uit:
'U bent toch Degene
bij wie ik altijd schuil?'
 
Mijn bed is nat
van de vele tranen.
Nogmaals schreeuw ik het uit,
terwijl nog een stroom van tranen
hun weg naar beneden banen.
 
Dan buig ik mijn hoofd
en besluit op Uw beloften
te gaan staan,
ook al ervaar Ik
Uw aanwezigheid nu niet.
U hebt gezegd:"
'Ik zal je niet begeven
noch verlaten,'
deze woorden staan vast
ook als ik U niet ervaar of zie.
 
Gods aanwezigheid is niet afhankelijk
van wat ik voel of ervaar.
Hij is er en Hij zal er altijd zijn,
ook in de stilte die ik nu ervaar.
 
 
* Psalm 22: 2,3
* Mattheüs 27:46
 
 
Lees meer...
 
 
 
Mijn broeders en zusters, beschouw het als een groot geluk wanneer allerlei beproevingen  u overkomen.
Want u weet: als uw geloof de beproeving doorstaat, dan is standvastigheid het gevolg.
En standvastigheid op haar beurt moet leiden tot volmaaktheid.
Het gaat erom dat u volmaakte en gave mensen wordt die in niets te kort schieten.
 
Jacobus 1:2-4
 

 
Aan dit Bijbelgedeelte moest ik vanmorgen denken toen ik het verhaal las over het leven van Jozef.
Als ik kijk naar hoe Jozef was voordat zijn broers hem verkochten als slaaf, dan kan ik me levendig voorstellen dat zij een hekel aan hem hadden.
Ik laat nu gewoon even helemaal buiten beschouwing of dat goed is of niet, ik ga gewoon even in hun schoenen staan.
Als ik zo’n broertje had die zo werd voor getrokken en later ook nog bij me zou komen met zulke dromen, nou, dan denk ik ook niet dat ik zo dol op hem zou zijn.
In het voorgetrokken worden zou ik me door mijn vader afgewezen voelen en  met die dromen zou ik hem betichten van hoogmoed; denk ik.
En in gedachten, hmmm, laat ik het daar maar niet over hebben, want ik kan me zo voorstellen dat mijn gedachten heel onchristelijk zouden zijn.
Als Jozef dan later van zijn vader zijn broers moest gaan opzoeken om te kijken hoe het met hen was en om daar dan verslag van uit te brengen, dan zou je haast zeggen dat het vragen was om moeilijkheden.
De haat van de broers zat zo diep, dat zij Jozef wel wilden doden; wat zij ook gedaan zouden hebben als Ruben, de oudste, er niet tussen gekomen was.
In plaats daarvan deden ze wat Ruben voorstelde en ze gooiden hem in een put waar geen water instond.
Ruben wilde zo Jozef redden en hem later bevrijden, maar helaas, Ruben was schijnbaar even weg toen er een karavaan kooplieden aankwam en de broers verkochten Jozef aan de kooplieden.
Zo kwam Jozef in Egypte als slaaf.

Eigenlijk is het verhaal van Jozef een heel bekend verhaal; van kleins af aan wordt het vertelt/voorgelezen thuis, op (zondags)school, nevendiensten etc..
Ook wat er allemaal met Jozef gebeurt als Hij bij Potifar werkt, in de gevangenis komt, de dromen van de bakker en de wijnschenker, de droom van de Farao en hoe Jozef zo weer uit de gevangenis kwam en onderkoning werd.
Hoe zijn broers koren kwamen halen in Egypte met de hongersnood, hoe Jozef hen eerst op de proef stelde om te zien of zij veranderd waren en vervolgens vergaf toen hij merkte dat zij niet meer zoals vroeger waren en hoe de hele familie naar Egypte kwam om niet te hoeven sterven van de honger.
Jozefs woorden zijn indrukwekkend: ‘Jullie hadden het slechtste met mij voor, maar God heeft alles ten goede gekeerd.’ (Genesis 50:20)

Aan dit verhaal moest ik denken toen ik bovenstaand Bijbelgedeelte las.
We lezen het zo gemakkelijk: Jozef die ondanks alle ellende en narigheid waar hij in terecht komt, zijn beste beentje overal voorzet en zo door God gezegend wordt in alles wat hij doet, dat hij uiteindelijk het tot onderkoning schop.
Jozef, van rijkeluis jongetje naar slaaf; van slaaf naar gevangene; van gevangene naar onderkoning.
Jozef, verheven en afgewezen; gezien en vergeten; vergeten en gezien.

Zou het echt ook allemaal zo makkelijk voor Jozef zijn geweest?
Zou hij het nooit naar God hebben uitgeroepen in wanhoop en verdriet?
Zou hij van begin af aan geweten hebben dat God dit allemaal zo voor had met zijn leven?
De Bijbel schrijft er niets over, maar ik kan me voorstellen dat ook Jozef, net als wij, dingen heeft moeten leren.
En als er weer iets is wat wij van hem kunnen leren, dan is het wel zijn vertrouwen in God en het willen doen van Gods wil in elke omstandigheid.
Hij bleef God trouw.
En zo, waar Jozef ook komt, hij doet wat hem wordt opgedragen en de Here zegende hem en het werk van zijn handen.
Of het nu was in het huis van Potifar, in de gevangenis of als onderkoning, Jozef deed zijn werk omdat hij wist dat hij in de eerste plaats en te allen tijd, verantwoording schuldig was aan God en Hem wilde hij gehoorzaam zijn.
Dit blijkt wel uit zijn woorden tegen de vrouw van Potifar als zij hem wil verleiden.
Jozefs antwoord is: ‘Ik zal zo’n zware misstap niet begaan. Het zou tegen Gods wil zijn!’ (Gen. 39:8,9)
Jozef had alle ruimte en alle mogelijkheid, maar hij koos ervoor om God gehoorzaam te zijn.

Menselijkerwijs gesproken heeft Jozef alle reden om boos en opstandig te zijn en om van daaruit misschien dingen te doen die niet goed waren.
Hij, Jozef,  het voorgetrokken en in onze ogen verwende jongetje, werd op velerlei wijze beproefd, maar hij bleef op God vertrouwen en op God zien ondanks alle ellende en nare omstandigheden waarin hij terecht kwam buiten zijn schuld om.
Jozef volharde in zijn geloof en vertrouwen op God en hij werd een standvastig mens. Hij was vergevingsgezind, liefdevol, vriendelijk en wijs omdat hij op God bleef zien.
God zegende hem.
Zo was Jozef ook tot het  inzicht gekomen, dat al hadden zijn broers het slechtste met hem voor, God Zelf had hem vooruit gestuurd om hun levens te redden; om hun voortbestaan op aarde, te verzekeren.
‘Niet jullie hebben mij hierheen gestuurd, maar God.’
Woorden die alleen gesproken kunnen worden door een mens die op God zijn vertrouwen heeft.

Ook in ons leven krijgen we te maken met allerlei beproevingen; ook ons zal God testen om te zien of ons geloof echt is.
En als wij overeind blijven in de beproeving, zullen we de kroon van het leven ontvangen, die de Here beloofd heeft aan hen die Hem liefhebben.
 
 
Lees meer...
 
 
 
 
Alles kan ik aan, dankzij hem die mij kracht geeft.
 
Filippenzen 4:13
 
 
Met het drinken van mijn kopje koffie vanmiddag, zat ik zo even het boekje 'Cappuccino'door te bladeren van Max Lucado en mijn oog viel op deze tekst uit Filippenzen.

'Alles kan ik aan, dankzij Hem die mij kracht geeft.'
 
Is dat zo, vroeg ik mijzelf af.
Durf ik dat te zeggen van mijzelf, dat ik alles aan kan omdat Hij mij kracht geeft?
Ik heb meer de neiging om te zeggen: we spreken elkaar in de hemel wel en dan kan ik je vertellen dat ik alles aankon hier op aarde dankzij Hem.
Maar om dat nu al te zeggen; wie weet wat er nog allemaal gebeurt?
En toch ...
 
Mijn gedachten gaan terug naar de afgelopen jaren.
Hoe zwaar waren die wel niet.
Soms overlapte de ene storm de andere zonder ook maar een adempauze, voor mijn gevoel.
Telefoontjes: Mam, ik sta aan de snelweg en ik ...
Mam, ik sta bij de trein ...
Mam, ik weet niet meer waar ik ben ...
Mouwen van truien die naar beneden blijven om de sneden te bedekken ...
de gesprekken tot diep in de nacht.
Nachten van maar een paar uurtjes slaap.
Klaplongen, wel 13; 4 operaties ...
Het is maar een kleine greep uit de afgelopen jaren en ... ik ben er nog.
Ik sta fier overeind.
Mijn leven is rijker en voller dan ooit te voren.
Ook zijn er nog genoeg andere dingen die spelen en die vragen om geloof en vertrouwen.
En toch ...
 
Ik sta, ik geloof, ik vertrouw meer en meer.
(zo ook mijn man)
 
Ik lees nogmaals de tekst uit Filippenzen.
Alles kan ik aan, dankzij Hem die mij kracht geeft!
Het woord wordt me eigen; het daalt neer in mijn hart en rust en vrede dalen mee.
Ja, denk ik dan, ja, ik kan alles aan dankzij Hem die mij kracht geeft!
Het voelt misschien niet altijd zo, maar voelen en ervaren is zo betrekkelijk.
Ik weet dat als ik heel dicht bij Hem blijf, in Hem blijf, dan kan ik werkelijk alles aan, want Hij zal mij de kracht geven die ik nodig heb.
 
Niet van te voren, niet achteraf, maar op het moment dat ik het nodig heb.
Ik recht mijn rug en fier kijk ik omhoog en ik spreek het uit als een proclamatie:
 
'Alles kan ik aan, dankzij Hem die mij kracht geeft!'
 
En de door mij geproclameerde woorden van God gaan als een statement de hemelse gewesten in.
 

 
 
Lieve Vader, laat me op momenten dat  ik zwak ben toch terugdenken aan deze woorden; breng U ze dan terug in mijn gedachten.
'Alles kan ik aan, dankzij U die mij kracht geeft!'
Leg dan mijn eigen stem en gedachten, de stem van de boze het zwijgen op met Uw woord.
Laat mij dan met Uw woorden meegaan en samen opgaan, totdat mijn getuigenis opnieuw weerklinkt.
Dan zullen alle andere stemmen zwijgen, alleen Uw woord klinken en Uw kracht in mij zijn, waardoor ik alles aan kan.
 
 
- Amen -
 
 
Lees meer...   (1 reactie)
 

Nog niet zolang geleden ben ik begonnen te lezen in de Bijbel aan het begin van het nieuwe Testament en aan het eind van het Oude Testament (ter verduidelijking, vanaf het laatste Bijbelboek) en zo lees ik eigenlijk (bijna) iedere dag een stukje uit het OT en een stukje uit het NT.
De ene keer wat meer dan de andere keer en soms alleen het NT en soms alleen het OT.
Geen vast systeem dus van iedere dag één hoofdstuk of zoiets.

Toen ik vanmorgen mijn bed uitkwam, voelde ik me aardig brak van de beurs van gisteren. (eigenlijk voelde ik me gisteravond beter dan vanmorgen)
dus ik had ook in het geheel geen haast om me aan te kleden of aan mijn huishoudelijke taken te beginnen.
Als het brood en drinken voor m'n dochter maar klaar stond voor ze naar school moest, was het goed. 
Dus ik nam mijn Bijbel en begon in het OT te lezen in Joël 3*, waar ik inmiddels was aangekomen.
Het laatste vers en dan de laatste 2 zinnetjes raakte mij dit keer op de één of andere manier.

En wie zal worden gered?
De Heer zal hen roepen.**

Ik vond dat zo mooi; de Heer zal hen roepen!
De Heer zal hen, dus ook mij, roepen, want ik weet mij Zijn eigendom, Zijn kind.
Wat heerlijk om te mogen weten, dat als de dag van de Heer aanbreekt, Hij mij zal roepen.
Ik hoef niet bang te zijn; Hij zal mij roepen.
Het vers ervoor zegt: "Het zal gebeuren zoals Ik, de Heer, hebt gezegd."
Gods woord zal geschieden!
En allen die Hem aanroepen, een beroep doen op Hem, zullen worden gered!
Het zal gebeuren.

De Heer zal mij roepen!
Wat en belofte!
Wat een liefde!
Wat een genade!


Met mijn gedachten nog half bij dit vers, bladerde ik door naar Mattheüs hoofdstuk 22; de gelijkenis over het Bruiloftsfeest.
Het trof mij dat deze twee gedeelten zo bij elkaar kwamen.
Sprak het ene gedeelte een belofte uit voor degenen die God aanroepen, spreekt het andere gedeelte over Gods, tot drie keer toe, terugkerende uitnodiging om bij Hem te komen.

God nodigt ons allemaal uit, maar velen slaan Zijn uitnodiging in de wind.
Geen tijd, te druk, geen behoefte, geen zin, te jong, te oud ...
Mattheüs 22:14 zegt ook: "Want velen zijn uitgenodigd/geroepen, maar weinigen 
zijn uitverkoren.

God roept een ieder van ons om het Geschenk van Genade aan te nemen nu het nog kan.
Er komt een dag dat Hij ons zal roepen, bij name, en alleen zij, die Hem hebben aangeroepen, zullen geroepen worden.

Nee, het gaat mij niet om angst aan te jagen, om iemand bang te maken, zo van, oh nu moet je opschieten , want anders ...
Nee, het gaat mij niet om de eindtijd of die op de stoep staat, zover is of niet.
Het gaat mij erom dat niemand van ons weet hoelang hij of zij te leven heeft!
En als je leven plotseling eindigt, wat dan?
Niet alleen oude mensen of van middelbare leeftijd sterven.
Mijn jongste broertje was 21 jaar toen hij door een ongeval uit het leven werd weggerukt.
Een vriend van mijn andere broer overleed in de bloei van zijn leven na een levertransplantatie.
Een klasgenootje van mijn 2e zoon overleed op dertienjarige leeftijd aan hersenvliesontsteking.
Een lieve vriendin van ons liet een man en twee jonge kinderen achter.
En eigenlijk kan ik nog wel doorgaan met het opnoemen van jonge mensen in onze naaste omgeving, die zijn overleden door ongelukken, of aan ziekten.

Zoek de HEER nu hij zich laat vinden,
roep hem terwijl hij nabij is.

Zoek Hem, roep Hem aan en Hij zal antwoorden!
Gods liefde voor jou is zo groot!
Je hemelse Vader wacht op jou, op jouw antwoord.
Hij nodigt jou uit voor de 'bruiloftsmaaltijd' met Zijn Zoon; sla de uitnodiging niet af.
Geef gehoor en roep Hem aan.

 
Lieve Vader,
deze twee Bijbelgedeelten zijn zo bijzonder.
Een belofte en een uitnodiging.
Welk een liefde klinkt hierin in door.
Welk een innerlijke rust en vrede komt mijn hart binnen bij het lezen van de woorden, dat U mij roepen zal.
Wat er ook gebeurt, hoe de dingen ook zullen gaan of lopen, U zult mij roepen!
Ik bid U Vader, dat dit woord van U ook vele anderen rust en  vrede zal geven, brengen.
Ik bid U ook, Vader, voor hen die U (nog) niet kennen.
Ik bid U, blijft U alstublieft uitnodigingen sturen, op welke wijze dan ook.
Uw boodschap van liefde en genade klinkt nog steeds.
Open oren, open ogen, open harten.
In Jezus naam
 
- Amen -
 
 


 
 
           Hoofdstuk 3 in de HSV, SV'51, WB is hoofdstuk 4 in de NBV en de GNB
           Hoofdstuk 4 bestaat niet in de HSV, ST'51 & WB
Lees meer...   (1 reactie)
 


En zij allen vatten moed ...
 
 
 
Hoewel ik vorige week ziek was, las ik toch even iedere dag een stukje uit mijn Bijbel; dat is nu eenmaal mijn 'gewoonte' en één waar ik graag aan vasthoud en wat heel belangrijk voor mij is.
En zo las ik vorige week Hoofdstuk 27 uit Handelingen, het gedeelte over de schipbreuk van Paulus.
Soms gebeurt het, dat je iets leest wat je al verschillende keren gelezen heb, maar ineens pakt het je hoewel je het al vaker heb gelezen.
Zo ook vorige week met deze tekst: En allen vatten moed ...
 
In hoofdstuk 25 lezen we hoe Paulus zich beroep op de keizer en in hoofdstuk 27 begint hij onder begeleiding van een officier en samen met nog enkele gevangenen aan zijn reis naar Rome.
De reis over zee verliep niet zo voorspoedig, daar de wind hen  in de steek liet.
Hierdoor duurde de reis veel te lang en kwamen ze eigenlijk in de problemen omdat de winter al voor de deur stond.
Paulus waarschuwde nog, dat het een reis zou worden vol gevaren en risico's, maar ze luisterden niet naar hem en het schip voer uit.
En zoals Paulus had voorzegd, gebeurde.
Het schip kwam in zeer grote problemen.
Ze zetten alles op alles om het schip te redden., tot overboord gooien van lading en scheepswerktuigen toe, maar het mocht niet baten.
Tenslotte was er geen hoop op redding meer.
Eigenlijk gaven ze de hoop op, want ze wilden ook niet meer eten.
En Paulus sprak hen moed in; vertelde hoe een engel van God hem was verschenen en beloofd had dat niemand het leven zou verliezen.
Het schip zou vergaan, maar hun levens zouden gespaard worden.
Nog duurde de storm voort en uiteindelijk wilden ze het schip met de sloep verlaten, maar Paulus verhinderde dat en gaf aan dat iedereen aan boord moest blijven om gered te worden en men liet de sloep in zee vallen.
Op een ochtend bij het aanbreken van de dag, ze zaten zo'n veertien dagen in die storm, spoorde Paulus iedereen aan om toch wat te eten, want ze zouden het nodig hebben voor hun redding.
Nogmaals benadrukte hij dat van niemand een haar gekrenkt zou worden.
Daarna nam Paulus het brood, dankte God in aanwezigheid van iedereen, brak het en begon te eten.
En dan gebeurt het; en allen vatten moed en begonnen evenals Paulus te eten.
Daarna lezen we hoe ze gesterkt door het eten het schip lichter maken, een inham zien, het schip zo goed mogelijk aan de grond laten lopen en hoe iedereen inderdaad veilig en wel op het strand komt.
 
En allen vatten moed.
Ineens besefte ik hoe belangrijk mijn houding is naar anderen toe; hoe groot mijn verantwoordelijkheid is naar buiten toe.
Ineens haakte het opnieuw bij mij in wat mijn houding kan betekenen voor een ander.
Woorden spreken is zo makkelijk, maar je woorden omzetten in handelen er naar is een ander verhaal.
 
Als Paulus iedereen moed inspreekt en hen verteld dat God hen gaat redden, dan toont hij zijn vertrouwen in de woorden van God door rustig het brood te nemen, God te danken, het brood te breken en te gaan eten.
Een alledaagse handeling, heel gewoon, niets bijzonders, maar juist dat straalt het vertrouwen uit dat hij heeft in God en waardoor anderen moed vatten en ook durfden te gaan geloven dat er hoop was, hoop op redding.
Paulus maakte het vertrouwen wat hij had in God zichtbaar in een alledaagse handeling.
 
Ook in mijn leven kan het flink stormen.
Golven slaan torenhoog over mij heen en ik heb het gevoel te vergaan.
Soms vervliegt mijn hoop naar mate de tijd verstrijkt en de storm voortduurt en dan ziet het er naar uit dat ik ten onder ga.
En al zegt Gods woord dat Hij mij nooit boven vermogen zal beproeven, wat is het soms moeilijk om me niet mee te laten sleuren met de wind en de golven en om, net als die mannen op het schip, alle hoop op redding te verliezen.
Ik weet dat we op zo'n moment juist een getuige kunnen zijn, maar de woorden van Paulus voegden daar ineens nog wat aan toe, namelijk, dat anderen ook nog moed kunnen vatten.
Het is op zo'n moment dat ik net als Paulus met mijn houding, mijn gedrag, van grote betekenis kan zijn voor anderen, de mogelijkheid heb om mijn geloof zichtbaar te maken.
Aan Paulus verscheen er inderdaad een engel die hem de boodschap gaf dat ze allen gered zouden worden, maar ook aan mij geeft God Zijn boodschap.
Zijn woord staat immers vol van Bemoedigingen, vol woorden van Hoop, van Kracht, van Redding.
En ook mijn gebeden beantwoordt Hij.
Misschien wel niet door engel, maar God spreekt op velerlei wijze.
En het is juist op zo'n moment dat ik kan laten zien dat mijn vertrouwen is op de Enige Levende God.
En dat kan op de meeste eenvoudige wijze.
Dat behoeven dus duidelijk geen grote of spectaculaire dingen te zijn.
Ik kan mijn geloof zichtbaar maken in kleine, eenvoudige dingen, waardoor een ander misschien, net als op het schip bij Paulus, nieuwe  moed krijgt.
 
Misschien vat een ander wel alleen al moed doordat ik gewoon mijn werk doe ondanks alles; mijn huis op orde houd, het toch gezellig maakt, ...
Misschien vat een ander wel alleen al moed, doordat ik mijn hoofd omhoog houd, ondanks alles een vriendelijk woord heb voor de ander, een kaartje stuur ...
Misschien vat een ander wel alleen al moed, doordat ik blijf danken, blijf zingen, blijf ...
 
 
Lieve Vader,
als zo de stormen van het leven mij weer eens belagen, schenk mij dan geloof en vertrouwen in de woorden die U mij gegeven heeft.
Laat mij daarop gaan staan, daaruit leven; niet alleen als een getuigenis naar de mensen om mij heen, maar ook zodat anderen, net als bij Paulus, moed zullen vatten doordat U door mij heen het hart van de ander raakt. 
Maak mij zo bewust, lieve Vader, van wat U door mij heen kan doen, wil doen.
Maak mij zo bewust, lieve Vader, van de impact die mijn houding en gedrag kan hebben in de wereld om heen.
Laat zo Uw liefde en hoop door mij heen schijnen opdat anderen moed zullen vatten.
 

- Amen -
 
 
 
Lees meer...   (1 reactie)
 
...

Maar wat de Geest doet groeien en rijpen, is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid en vertrouwen, zachtmmoedigheid en zelfbeheersing.
 
Galaten 5:22

 
 
Toen ik deze tekst las, moest ik ineens denken aan iets wat ik ooit, jaren geleden ergens van had overgeschreven; 'Hoe kan ik .... leren zonder ....
Ik wist dat ik dit nog ergens moest hebben; ik zag zelfs het papiertje waar het op stond nog voor me.
Mijn zoektocht werd beloond en hoewel het briefje waar het opstaat wat smoezelig en verschoten begint te raken, is nog duidelijk leesbaar wat erop staat.
 

*Hoe kan ik:
 
geduld leren, zonder te wachten?
leren me in te houden, zonder te worden aangevallen?
handigheid leren, zonder te oefenen?
leren geven, zonder iets te delen?
volharding leren, zonder vermoeidheid of moeilijkheden?
zelfbeheersing leren, zonder teleurstellingen te verwerken?
voldoening krijgen, zonder me ooit in te spannen?
zelfrespect ontwikkelen, zonder prestaties te leveren?


Heer, U beantwoordt mijn gebeden vaak niet à la minuut,
zo kan ik leren geduldig te zijn.
Ook laat U het toe dat ik soms word aangevallen,
opdat ik zal leren me in te houden ondanks de pijn.
Heer, U geeft mij ruimte om te oefenen,
zodat ik handigheid kan leren.
Maar U staat ook toe dat ik vermoeid raakt,
dat er moeilijkheden komen op mijn weg,
zodat ik in de weg naar volharding, U zal eren.
En als ik me nooit zou hoeven in te spannen,
hoe zou ik dan ooit voldoening ervaren in mijn leven?
En als ik nooit iets zou willen delen,
wordt het wel heel moeilijk om te leren geven.
Zo is het ook met teleurstellingen, ze komen en gaan,
maar ik merk wel dat mijn zelfbeheersing er door groeit,
en dat met het leveren van prestaties
mijn zelfrespect bloeit.


Het zijn niet altijd de makkelijkste wegen die de we moeten gaan, maar één ding weet ik wel: het is de Heer Zelf die in alles naast ons zal staan.
 
 
©Rita.

*©Onbekend
Lees meer...
 
De wapenrusting Gods
Efeziërs 6:11-18

Heer,
ook vandaag doe ik de wapenuitrusting aan die ik van U heb gekregen om stand te kunnen houden tegen de verleidingen van de duivel.
Want ik weet dat ik niet heb te strijden tegen mensen van vlees en bloed,
maar tegen de overheden, de machten, de heersers van deze duistere wereld en tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.
Daarom neem ik de gehele wapenuitrusting die ik van U heb gekregen op, om
zo weerstand te kunnen bieden op de dag van het kwaad en om staande te
kunnen blijven tot het einde toe.
Zo begin ik deze dag door de gordel van de waarheid om te doen en het pantser van gerechtigheid aan te trekken.
Aan mijn voeten doe ik de schoenen van bereidvaardigheid om het evangelie van de vrede te brengen.
Het schild van het geloof neem ik in mijn hand, zodat alle brandende pijlen van de boze gedoofd zullen worden.
Op mijn hoofd zet ik de helm van het heil en in mijn andere hand neem ik het zwaard van de Geest, Uw woord.
En bij dit alles bid en smeek ik voortdurend en bij elke gelegenheid in de Geest.
Ik blijf waakzaam en smeek met volharding voor allen die Hem toebehoren.


- Amen -
Lees meer...
 
Dit zeg Ik, God, de Heer:
Ik zal jullie de levensadem schenken,
je zult weer leven.
Ik zal jullie bedekken met pezen en vlees,
overtrekken huid en je levensadem geven.
Zo zul je tot leven komen en weten dat Ik de Heer ben.

.... onze botten zijn uitgedroogd,
al onze hoop is vervlogen,
het is gedaan met ons.

 
Dan zullen jullie inzien dat Ik de Heer ben.
Ik geef jullie mijn levensadem,
je zult weer levend worden
en wonen in je eigen land.
Dan zul je zien dat Ik doe wat Ik beloofd heb.
 

Ezechiël 37:5,6,11b,13c,14


Het is al een aardige tijd geleden dat ik dit las en mijn hart werd geraakt door de bovenstaande woorden.
Sindsdien heb ik het regelmatig gelezen, en steeds opnieuw haakten deze woorden in mij, maar het waarom er van begreep ik niet echt.
(En nog ben ik daar niet helemaal zeker van, maar iets in mij dringt mij de volgende woorden te schrijven)

 

 
Misschien zijn de woorden die de Israëlieten uitspreken wel jouw woorden:
"Onze botten zijn uitgedroogd, al onze hoop vervlogen, het is met ons gedaan".
Misschien voel jij je geestelijke uitgedroogd, voel je je geestelijk dood; misschien is je kind van Gods weg afgedwaald en daardoor geestelijk dor en dood, of je man, je vrouw ...
Geestelijke dorheid.
Geestelijk dood zijn.
Geen hoop meer hebben.
Het is over en uit.
Voorbij.
Als of je je neerleg en wacht tot de dood je komt halen.
 
Speciaal voor jou, voor jou die denkt dat alles voorbij is, dat alle hoop is vervlogen,
die zich geestelijk dor en dood voelt, zijn de volgende woorden.


God wil jou Zijn levensadem geven zodat je weer zult leven!

Je bent als 'dood'.
Waardoor dat ontstaan is, of waardoor het zover is gekomen, doet er niet toe;
God wil je hieruit halen en je weer levend maken.

Hij wil je bedekken met Zijn liefde, Zijn goedheid, Zijn zegeningen.
Hij wil je Zijn levensadem geven, zodat je weer zult gaan leven en zal weten dat Hij God is.
Hij wil je Zijn levensadem geven, zodat Zijn licht opnieuw zal gaan schijnen door jou heen.

God wil je zo laten zien, dat Hij doet wat Hij heeft beloofd.

Ezechiël deed wat God hem had opgedragen en hij vroeg de uitgedroogde botten te luisteren naar de woorden die God hem had gegeven en hij sprak de uitgedroogde botten toe.

God vraagt jou om te luisteren, Hij wil jou Zijn boodschap geven.
Zijn levenbrengende boodschap.

Open je hart voor Hem.
Strek je uit naar de Levende God die Zijn Zoon gaf zodat jij kan leven.
Luister en laat Hem jou Zijn levensadem geven.
 
 
Betreft het je kind, je partner of ..., ga naar Hem toe en bid of Hij Zijn levensadem (ook) de ander wil geven. 
 

Heer,
geef ons(mij, ...) Uw Levensadem.
Blaas ons Uw Levensadem in,
dan zullen wij levend worden
en een nieuw gezicht ontvangen.
Heer,
wij behoren U toe,
ook al zijn wij misschien afgedwaald
en daardoor dor en doods;
misschien, Heer, als Uw volk Israël,
uitgedroogd en zonder hoop,
levend vanuit het gevoel
dat het met ons is gedaan.
Maar Uw levensadem, Heer,
is een levengevende adem.
Door Uw Levensadem worden doden levend.
Blaas daarom zo
Uw Levensadem in
opdat wij weer zullen leven.
Bevrijd ons uit dit 'dodenrijk'.
Verlos ons uit de macht van 'deze dood'.
Geef ons Uw levensadem,
dan zullen wij leven
en iedereen zal zien
dat U en U alleen
God bent.
Dan zullen wij zien
dat U doet
wat U hebt beloofd.

- Amen -


Ezechiël 37:5,6b,9,10b,12,13,14
Psalm 104:30

Lees meer...
 

Als een stad met een bres in de muur,
zo is iemand die zichzelf niet beheerst.
 
Spreuken 25:28

 
Deze tekst is de tekst voor vandaag bij 'Manna'.
Mijn eerste reactie was: wat een rot tekst.
(vergeef mij, maar dat dacht ik echt)
 
Als er namelijk één ding is waar ik (al kan ik eigenlijk wel zeggen 'wij') in onderwezen worden het afgelopen jaar, dan is het wel in het leren van jezelf te beheersen en je niet te laten leiden door emotie, gevoelens of gedachten.
Er is zoveel gebeurt, we zijn ontzettend op de proef gesteld, zo verzocht, dat het  menselijkerwijs gesproken haast onmogelijk was om niets te doen.
Ik kan niet vertellen waarover het ging (en gaat), maar wel dat we wisten dat dat God ons vroeg om op Hem te vertrouwen en Hem Zijn werk te laten doen.

'Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest! zegt de Here der Heerscharen.' (Zacharia 4:6)

Dit was en is het woord wat God ons had gegeven en vanuit dit woord moesten wij leven en handelen.
Dat werd ons keer op keer duidelijk.
Maar makkelijk was dat alles behalve.
Wat vroeg dat om zelfbeheersing.
Wat jeukten niet onze handen; wat stormde het soms binnenin ons, hoeveel tranen niet vergoten, kreten van wanhoop naar de hemel uitgeschreeuwd en toch ...
Steeds opnieuw dit zelfde woord.
'Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest!'

En dan deze tekst vanmorgen.
Had ik niet meer behoefte aan een bemoediging, aan een liefdevol woord van mijn hemelse Vader?
Nee, dit is wat je te horen krijg.
Rita, als een stad met een bres in de muur, zo ben jij als jij jezelf niet beheerst.
mijn eerste reactie was daarom dan ook: wat een rot tekst.
Ik doe zo mijn best, heb al zoveel geleerd, het heeft me al zoveel gekost en dan zo'n woord.
Zo negatief, zo verwijtend.
Maar toch.
Iets drong me om de tekst even op te zoeken en hem te lezen zoals hij er staat.
Er staat: Als een stad met een bres in de muur, zo is iemand die zichzelf niet beheerst.
Terwijl ik dit woord zo las en nog eens, werd mijn aandacht verlegd.
Alsof 'iemand' voor mij even de zaak omdraaide en me dat voorhield.
Rita, door het leren jezelf te beheersen, wordt je als een stad met een muur zonder bressen!
Zo, dat was nog eens wat anders.
Door alles wat er is gebeurd en gebeurt, vormt God mij, ons, maak God ons tot steden met muren zonder bressen.
Sterke, betrouwbare steden zonder kwetsbare muren!
De tekst verlies opeens zijn negativiteit en verwijtende toon en verandert in een bemoediging, in een woord van hoop en troost en een aansporing om vol te houden.

 
Lieve Vader in de hemel, vergeef mij mijn eerste reactie.
Vergeef mij, de negatieve gedachte die als een pijl door mijn hoofd schoot, het is iets waar ik geen controle over heb en dat vind ik vaak heel erg moeilijk, want het kan me zo lam leggen of onderuit schoppen.
Ik weet, als dit soort pijlen door de boze worden afgeschoten, dan heb ik vervolgens een keus hoe ik er mee omga, wat ik daarmee dan weer doe.
Dank U, voor de zachte stem van Uw Geest die mij aanspoorde om de tekst eens in zijn originele staat te lezen en dank U voor wat U mij toen liet zien.
Dank U voor Uw bemoeienis met mij.
Dank U, dat U zo opnieuw laat zien hoeveel U van mij houdt en dat U erbij bent, de gehele tijd, de gehele weg.
Dank U, voor Uw bemoediging, voor Uw aansporing om vol te houden  en door te gaan in dit spoor.
Leer ons, Heer, en wijs ons de weg die wij moeten gaan en laat ons oog te alle tijden op U blijven gericht.
 
 
- Amen -
 
©Rita.

 

















Lees meer...   (1 reactie)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl