Helaas is er met Hemelvaart niet in iedere kerk/gemeente een dienst; Hemelvaart is, zoals onze voorganger ook zei, een beetje een onderbelicht feest.
Ook, ja, want zelf ervaar ik dit ook wel zo.
Aan de meeste Christelijke feesten wordt veel of vrij veel aandacht geschonken, maar Hemelvaart bungelt er altijd maar een beetje bij, lijkt het.
En dat terwijl er zonder Hemelvaart geen Pinksteren zou zijn.
 
Vanmorgen hadden wij wel een dienst en het woord dat gebracht werd, heeft mij nog meer de betekenis en diepte van Hemelvaart doen ervaren. en de daarbij behorende vreugde.
Let wel: nog meer.
Ik vond de titel van de preek al een preek op zich: De troonsbestijging van Jezus.
Hij sprak hierover aan de hand van Efeze 4:8-12.
 
Klik >>hier << om de preek te beluisteren of te downloaden.
 
 
Gods rijke zegen bij het luisteren van dit woord.
 
 
Lees meer...
 
 
 
Wees niet ongerust.
Geloof in God en geloof in Mij.
Er kunnen veel mensen wonen in het huis van Mijn Vader.
Als dat niet zo was, zou Ik het jullie gezegd hebben.
Ik ga nu weg om een plaats voor jullie in orde te maken, en daarna kom Ik terug om jullie te halen.
Dan zullen ook jullie zijn waar Ik ben.

 
Johannes 14:1,2,3
 
 
Toen Hij zo bij hen was, beval Hij hun Jeruzalem niet te verlaten.
‘Jullie moeten wachten,’ zei Hij, ‘op wat de Vader heeft beloofd, waarover Ik jullie gesproken heb.
Want Johannes heeft gedoopt met water, maar jullie zullen over een paar dagen worden gedoopt met Heilige Geest.’
Zij die daar bij hem waren, vroegen Hem: ‘Heer, gaat u nu het koningschap voor Israël herstellen?’
'Het komt jullie niet toe,’ antwoordde Hij, ‘tijd en uur te kennen die de Vader in Zijn macht heeft vastgesteld.
Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zul je kracht krijgen, en jullie zullen getuigenis van Mij afleggen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, ja, tot in de verste delen van de wereld.’
Na deze woorden werd Hij voor hun ogen omhooggeheven; een wolk onttrok Hem aan het gezicht.
Toen Hij zo heenging en zij naar de hemel staarden, stonden er plotseling twee mannen in witte kleren bij hen.
Dezen zeiden: ‘Mannen van Galilea, wat staan jullie naar de hemel te kijken?
Jezus is van jullie weggenomen en naar de hemel gegaan, maar zoals jullie Hem naar de hemel hebben zien opstijgen, zo zal Hij terugkomen.’
Toen daalden ze de berg af en gingen terug naar Jeruzalem.
Die berg heet de Olijfberg en ligt vlak bij Jeruzalem, op nog geen kilometer afstand.
In de stad aangekomen, gingen ze naar het bovenvertrek, waar zij tijdelijk woonden: Petrus, Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, Simon de Strijdbare, en Judas, de zoon van Jakobus.
Zij allen bleven voortdurend met elkaar bidden, samen met enkele vrouwen, onder wie Maria, de moeder van Jezus, en Zijn broers.
 
 
Handelingen 1:4-14

 
          


Naar de hemel opgevaren;
terug naar de Heerlijkheid die Hij had
voordat Hij naar deze aarde kwam;
waar Hij voor ons wilde lijden en sterven
en uit liefde en genade,
onze zonden op Zich nam.

Naar de hemel opgevaren;
terug naar Zijn huis
waar Hij voor ons een plaats
is aan het voorbereiden.
En tot wij komen in die Heerlijkheid,
gaf Hij Zijn Geest
om ons leiden.

Naar de hemel opgevaren,
maar eens komt Hij,
zoals Hij heen gegaan was, weer.
Dan zal iedereen Hem zien
en erkennen:

Jezus Christus is Heer!
 
 
 

Lees meer...   (2 reacties)
 
 
. . . een wolk onttrok Hem aan het gezicht.

Handelingen 1:9b


 
De discipelen staarden naar boven, naar de wolk die hun Geliefde Jezus aan hun zicht onttrok.
De wolk maakte scheiding tussen hen en hun geliefde Heer.
Verdriet was er vast en zeker aan de kant van de discipelen, tenminste, dat is zo wat ik mij kan voorstellen als iemand waar je zoveel van houdt wegvalt, maar wat zou er zijn aan de andere kant van de wolk?

Terwijl de discipelen verdrietig terugliepen naar Jeruzalem, steeg er aan de andere kant van de wolk een luid gejuich op.
De Zoon kwam de hemel binnen.
Hij had Zijn werk aarde volbracht.
Alle zonden van de gehele mensheid, had Hij op Zich genomen en de straf gedragen die God de Vader had opgelegd.
De straf, die niet Hij, maar wij verdienden.
De straf, die niemand anders kon dragen.
De straf die Hij gewillig, uit liefde en gehoorzaamheid aan Zijn Vader, op Zich had genomen.
Zijn werk op aarde was gedaan en nu was Hij weer thuis bij Zijn Vader.
Vol blijdschap, eerbied en heilig ontzag werd Hij binnen onthaald.
De hemel vierde feest om de Zoon die weer thuis was.
De vader omarmde Zijn Geliefde Zoon en bracht Hem naar de plaats die Hem toekwam.
Terwijl Jezus plaatsnam op de troon aan de rechterzijde van Zijn Vader, knielden duizenden en duizenden, tientallen en tientallen duizenden engelen neer en gaven Hem de eer die Hem toekomt.
Zijn werk op aarde was gedaan, maar in de hemel gaat Zijn werk verder.
Het was nog niet voorbij.
De Overwinning was behaald, maar de heerser van de wereld was nog niet voorgoed het zwijgen opgelegd.



“En ik zag in de rechterhand van Hem die op de troon was gezeten, een boekrol, van binnen en van buiten beschreven, en verzegeld met zeven zegels.
Ook zag ik een machtige engel.
Hij riep luid: ‘Wie komt de eer toe de zegels te verbreken en de boekrol te openen?’
Maar niemand in de hemel, op aarde of onder de aarde was in staat de boekrol te openen en te lezen.
Ik brak in tranen uit, omdat niemand de eer bleek toe te komen de boekrol te openen of te lezen. Maar een van de oudsten zei tegen me: ‘Huil niet!
De leeuw uit de stam Juda, de telg van David, heeft overwonnen: Hij kan de zeven zegels verbreken en de boekrol openen.’
Toen zag ik midden voor de troon en omgeven door de vier wezens en de oudsten een lam staan.
Het Lam leek geslacht.
Het had zeven hoorns en zeven ogen: dat zijn de zeven geesten van God die over de hele wereld zijn uitgestuurd.
Het Lam kwam naar voren en nam de boekrol aan uit de rechterhand van Hem die op de troon was gezeten.
Toen het de boekrol nam, vielen de vier wezens en de vierentwintig oudsten voor het Lam neer.
De oudsten hadden ieder een harp en een gouden schaal vol reukwerk, dat zijn de gebeden van hen die God toebehoren.
En ze zongen een nieuw lied: ‘U komt de eer toe de boekrol te nemen en haar zegels te verbreken. Want u bent geslacht en met uw bloed hebt u voor God mensen gekocht uit elke stam en taal, uit elk volk en ras.
U hebt hen tot koningen gemaakt, tot priesters voor onze God en zij zullen heersen op aarde.’
Toen hoorde en zag ik vele engelen rondom de troon, met de vier wezens en de oudsten.
Zij waren met duizenden en duizenden, ja met miljoenen.
En zij riepen luid: ‘Het Lam dat geslacht werd, komt de eer toe om de macht te ontvangen, de rijkdom, de wijsheid en de kracht, de eer, de glorie, de lof.’
En ik hoorde elk schepsel in de hemel en op de aarde, onder de aarde en in de zee, ja alle wezens in het heelal zingen: ‘Aan Hem die op de troon is gezeten, en aan het Lam komen toe: lof en eer, glorie en kracht voor altijd, voor eeuwig!’  
En de vier levende wezens antwoordden: ‘Amen!’
en de oudsten vielen in aanbidding neer

Openbaring 5
(GNB)



Alleen Hij is waardig
de Boekrol te nemen.
Alleen Hem komt de eer toe
de boekrol te openen,
want Hij is het lam
dat is geslacht.

Alleen Hij is waardig
de Boekrol te nemen.
Alleen Hem komt de eer toe
de Boekrol te openen,
want met Zijn  vergoten bloed
heeft Hij
het grootste offer gebracht.

Alleen Hij is waardig
de Boekrol te nemen.
Alleen Hem komt de eer toe
de Boekrol te openen,
Want Hij heeft overwonnen
van Hem is alle macht.

Hem komt toe,
alle lof, dank en eer.
Hem komt toe
alle aanbidding
telkens weer.

Laat daarom, Heer,
mijn leven Heiliger worden;
open de ogen van mijn hart.
Laat mijn leven Heiliger worden;
laat mij zien wat U wil dat ik zie.

Laat mijn leven Heiliger worden;
open de oren van mijn hart.
Laat mijn leven Heiliger worden;
laat mij horen wat U wil dat ik hoor.

Laat mijn leven Heiliger worden;
laat mij liefhebben zoals U liefheb.
Laat mijn leven Heiliger worden;
laat mij haten dat wat U haat.

Laat mijn leven Heiliger worden
leer mij biddend geloven.
Laat mijn leven Heiliger worden;
leer mij biddend verwachten.

Laat mijn leven Heiliger worden;
leer mij zien steeds naar omhoog.
Laat mijn leven Heiliger worden;
leer mij gelovend uitzien en verwachten,
naar dat wat U hebt beloofd.

Aan Hem die op de Troon gezeten is;
aan Hem  en aan het Lam
komen toe:
Lof en eer,
glorie en kracht
voor altijd en eeuwig!
- Amen -

 
©Rita.



nav.
de preek van Rik v. Boven.
13-05-2010.
Kandelaargemeente
Voorthuizen.
Lees meer...   (3 reacties)
 

Handelingen 1:1-14

In mijn eerste boek, Teofilus, heb ik geschreven over alles wat Jezus gedaan en geleerd heeft, vanaf de tijd dat Hij zijn werk begon  tot de dag waarop Hij werd opgenomen in de hemel.
Eerst heeft Hij door de heilige Geest nog aanwijzingen gegeven aan de apostelen die Hij had uitgekozen.
Aan hen ook heeft Hij zich na Zijn dood vele malen laten zien, veertig dagen lang.
Hij bewees hun overtuigend dat Hij leefde en Hij sprak met hen over het koninkrijk van God.

Toen hij zo bij hen was, beval Hij hun Jeruzalem niet te verlaten.
‘Jullie moeten wachten,’ zei Hij, ‘op wat de Vader heeft beloofd, waarover Ik jullie gesproken heb. Want Johannes heeft gedoopt met water, maar jullie zullen over een paar dagen worden gedoopt met heilige Geest.’
Zij die daar bij hem waren, vroegen Hem: ‘Heer, gaat U nu het koningschap voor Israël herstellen?’  ‘Het komt jullie niet toe,’ antwoordde Hij, ‘tijd en uur te kennen die de Vader in Zijn macht heeft vastgesteld.
Maar wanneer de Heilige Geest over jullie komt, zul je kracht krijgen, en jullie zullen getuigenis van Mij afleggen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, ja, tot in de verste delen van de wereld.’
Na deze woorden werd Hij voor hun ogen omhooggeheven; een wolk onttrok Hem aan het gezicht.
Toen Hij zo heenging en zij naar de hemel staarden, stonden er plotseling twee mannen in witte kleren bij hen.
Dezen zeiden: ‘Mannen van Galilea, wat staan jullie naar de hemel te kijken?
Jezus is van jullie weggenomen en naar de hemel gegaan, maar zoals jullie Hem naar de hemel hebben zien opstijgen, zo zal Hij terugkomen.’

Toen daalden ze de berg af en gingen terug naar Jeruzalem.
Die berg heet de Olijfberg en ligt vlak bij Jeruzalem, op nog geen kilometer afstand.
In de stad aangekomen, gingen ze naar het bovenvertrek, waar zij tijdelijk woonden: Petrus, Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Mattheüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, Simon de Strijdbare, en Judas, de zoon van Jakobus.

Zij allen bleven voortdurend met elkaar bidden, samen met enkele vrouwen, onder wie Maria, de moeder van Jezus, en zijn broers.



Intensief zijn ze drie jaar met elkaar opgetrokken.
Veel hebben ze samen doorgemaakt.
Veel is er gebeurd.
Hecht is hun relatie.
Liefde voert de boventoon.
En dan, dan nog een laatste aanwijzing, nog een laatste terechtwijzing, nog een laatste bemoediging; dan onttrekt een wolk Hem aan hun gezicht.
Hij, met wie ze zoveel hadden meegemaakt, zoveel hadden gedeeld, van wie ze zoveel hadden gehouden, is weg.
Verdriet doortrekt hun hart als zij naar boven staren.
Pijnscheuten snijden door hun hart en ziel nu Hij er niet meer is.
Het is dat de engelen tegen hen zeiden, dat Hij weer terug zou komen, anders waren ze vast nog heel lang blijven staan kijken.
Verdrietig om Zijn weggaan lopen zij terug naar Jeruzalem.
Hij had gezegd dat ze moesten wachten.
De Heilige Geest zou komen om hen kracht te geven om van Hem te kunnen gaan getuigen.
Maar wat betekende dat toch eigenlijk precies?
Wat hield dat toch eigenlijk in?
Toch bleven ze daar, in die bovenkamer; wachtend op de Heilige Geest die beloofd was door Hem die hen zo dierbaar was.
Tijd, die hen helpt om hun emoties een plaats te geven.
Tijd, om samen te spreken over alles wat was gebeurt.
Tijd, om samen te rouwen om Hem die was weggegaan.
Tijd om te bidden voor hetgeen komen ging.
Tijd.
Een paar dagen, zie Hij.

Biddend bleven ze verwachten.
 

©Rita.



nav. de preek
van Rik v. Boven.
13-05-2010
Kandelaargemeente
Voorthuizen.

Lees meer...   (3 reacties)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl