Jezus Leeft!
 
 
Er zijn velen die de opstanding van de Here Jezus uit de dood ontkennen, maar de Here Jezus is aan zeer vele mensen verschenen.
 
Als eersten waren het de wachters bij het graf, zij waren erbij toen de aanrde begon te beven en een engel van God naar de aarde kwam; de steen wegrolde en erop ging zitten.
Ze waren zo hevig geschrokken dat zij werden als doden.
Een aantal van hen zijn naar de stad gegaan en hebben aan de opperpriesters en de Farizeeën verteld wat er was gebeurd.
Daar, waar de opperpriesters en Farizeeën zo bang voor waren (Mattheüs 27:62-66), was alsnog gebeurd.
De wachters hadden het niet kunnen voorkomen en de opperpriesters en Farizeeën gaven als oplossing de soldaten een behoorlijke som geld; in ruil daarvoor moetsen zij rondvertellen dat zij 's nachts in slaap waren gevallen en dat de discipelen Hem toen hebben weggehaald. (Mattheüs 28:11-15)
Tot op de dag van vandaag doet dit verhaal de ronde.
 
De Here Jezus is ook verschenen aan Maria van Magdala (Johannes 20:11-18)
En aan Zijn leerlingen (Johannes 20:19-23)
Later nogmaals aan ZIjn leerlingen, maar nu ook was ook Thomas erbij (Johannes 20: 24-29)
En wat te denken van de Emmaüsgangers, hen heeft Jezus de schriften uitgelegd en ging met hen aan tafel (Lucas 24:13-35)
 
Jezus verscheen aan het meer van Tiberias.
Daar gebood Hij zijn discipelen om te gaan vissen om te kunnen  eten.
Op die plaats, nadat ze gegeten hadden, sprak Jezus indringend met Petrus.
 
Eenmaal is Jezus zelfs verschenen aan wel meer dan 500 mensen tegelijk (1 Korinthe 15:6)
 
Jezus leeft!
Hij is werkelijk opgestaan!
 
Leugens doen nog steeds de ronde en velen blijven het ontkennen, maar Hij is waarlijk opgestaan.
Vele mensen waren daar getuige van.
 
Jezus leeft en voor een ieder die in Hem gelooft, is Hij een plaats aan het bereiden in de hemel. (Johannes 14:1-3)
 
 
- Amen -
 
Lees meer...
 
De Heer is waarlijk opgestaan!
Halleluja!
- Amen -
 
 
Symbool: De steen/grote kiezel met daarop geschreven: HIJ LEEFT!
 
Lezen: Mattheüs 28:1-10
 
De sabbat was voorbij; tegen de ochtend van de eerste dag van de week gingen Maria van Magdala en de andere Maria naar het graf kijken.
Plotseling was er een zware aardbeving, want een engel van de Heer daalde af van de hemel.
Hij ging naar het graf toe, rolde de steen weg en ging erop zitten.
Hij zag eruit als een bliksemflits en zijn kleren waren wit als sneeuw.
De bewakers beefden van angst en werden lijkbleek.
De engel zei tegen de vrouwen: ‘Wees niet bang.
Ik weet dat u Jezus zoekt die gekruisigd is.
Hij is hier niet, want hij is door God opgewekt zoals hij gezegd had.
Kom maar kijken naar de plaats waar hij heeft gelegen.
Ga snel tegen zijn leerlingen zeggen: Hij is uit de dood opgewekt en gaat nu vóór jullie uit naar Galilea; daar zullen jullie hem zien.
Dat is wat ik u te zeggen had.’
Zij verlieten snel het graf, bang en tegelijk vol vreugde, en ze liepen vlug door om het nieuws over te brengen aan zijn leerlingen.
Toen kwam Jezus de vrouwen tegemoet en hij groette hen.
Zij gingen naar hem toe, vielen voor hem op de knieën en pakten zijn voeten vast.
Hij zei: ‘Wees niet bang.
Ga mijn broeders vertellen dat ze naar Galilea moeten gaan.
Daar zullen ze mij zien.’
 
 
Achtergrond-informatie:
 
Meteen na de Sabbath gaan de vrouwen weer naar het graf.
Nu hebben ze specerijen bij zich.
Ze wilden de begrafenis netjes afmaken.
Ineens is er een aardbeving, want een engel van God daalt neer om het graf voor de vrouwen te openen.
De bewakers schrikken enorm en staan te beven als een rietje.
Ook de vrouwen schrikken als ze bij het graf aankomen en daar een engel op de weggerolde steen zien zitten.
Maar de engel stelt hen onmiddelijk gerust.
"Wees niet bang," zegt hij, "de Heer is hier niet, want Hij is opgestaan, zoals Hij gezegd heeft!"
Hij toont het lege graf.
"Ga het maar gauw aan de discipelen vertellen."
De vrouwen gehoorzamen meteen en rennen weg.
Wat zijn ze blij: Jezus leeft!
En dan plotseling zien ze de Here Jezus.
Hij geeft de vrouwen, net als de engel, de opdracht het aan de discipelen te vertellen: Jezus is opgestaan, Hij leeft, de dood is overwonnen!!!
 
Dat mogen ook wij aan iedereen gaan vertellen!
 
 
Het laatste symbool dat we op het kruis zetten is: de steen.
 
 
 
 
Lees meer...
 
Symbool: Zwart lapje stof
 
Lezen: Lucas 23:50-56a
 
En zie, daar was een man van wie de naam Jozef was, een raadsheer, een goed en rechtvaardig man.
Deze had niet ingestemd met hun voornemen en handelwijze.
Hij kwam uit Arimathea, een stad van de Joden, en verwachtte ook zelf het Koninkrijk van God.
Deze ging naar Pilatus en vroeg om het lichaam van Jezus.
En toen hij het van het kruis afgenomen had, wikkelde hij het in fijn linnen en legde
het in een graf dat in een rots uitgehouwen was, waarin nog nooit iemand gelegd
was.
En het was de dag van de voorbereiding en de sabbat brak aan.
En ook de vrouwen die met Hem uit Galilea gekomen waren, volgden en zagen het graf en hoe Zijn lichaam erin gelegd werd.
En toen zij teruggekeerd waren, maakten zij specerijen en mirre gereed.
En op de sabbat rustten ze overeenkomstig het gebod.
 
 
Achtergrond-informatie:
 
Jozef kwam oorspronkelijk uit Arimathea, een stad in Judea en was lid van de Joodse raad, het sanhedrin.
Hij was dus een Joodse schriftgeleerde, die, zoals je in Mattheüs 27:57 kunt lezen, in de Here Jezus was gaan geloven.
Samen met Nicodemus (Johannes 19:39), ook een schriftgeleerde die het niet eens was geweest met Jezus terechtstelling, heeft hij Jezus begraven.
Jozef waagde het om hiervoor bij Pilatus toestemming te gaan vragen.
Dat was best wel gevaarlijk, want als de Joden het gemerkt zouden hebben ...
De Sabbath begon op vrijdagavond bij het vallen van de avond.
Er was dus nogal haast bij om Jezus voor die tijd begraven te hebben.
Naar Joodse gewoonte wikkelde Jozef het lichaam van Jezus in een nog ongebruikt stuk linnen, dat daarvoor meestal in repen werd gescheurd.
Het graf waarin het lichaam van de Here Jezus gelegd werd, was zijn (familie)graf, dat dicht bij Golgotha lag.
Alleen rijke mensen konden al tijdens hun leven een graf kopen.
Zo ging de profetie uit Jesaja 53:9 in vervulling.
Met een zware steen werd het graf tenslotte zorgvuldig afgesloten.
De vrouwen gaan hierna naar Jeruzalem terug.
De avond is gevallen en de Sabbath is begonnen.
Jezus ligt in het graf.
Een dag van stilte is aangebroken.
 
Het is een dag van rouw, daarom leggen we vandaag een zwarte doek op het kruis.
Denk er eens over na hoe het zou zijn als dit het einde van het evangelie was geweest.
 
 
 

 
Lees meer...   (1 reactie)
 
Van bespotting tot Zijn sterven
 
Symbool: Het kruis
 
Lezen: Mattheüs 27:27-50
 
Toen namen de soldaten van de stadhouder Jezus met zich mee in het gerechtsgebouw en verzamelden heel de legerafdeling om Hem heen.
En toen zij Hem ontkleed hadden, deden zij Hem een scharlakenrode mantel om,  vlochten een kroon van dorens, zetten die op Zijn hoofd en gaven Hem een rietstok in Zijn rechterhand.
Zij vielen op hun knieën voor Hem neer en bespotten Hem met de woorden: Gegroet, Koning van de Joden!
Ook bespuwden zij Hem, pakten de rietstok en sloegen Hem op Zijn hoofd.
En toen zij Hem bespot hadden, trokken zij Hem de mantel uit, trokken Hem Zijn kleren aan en leidden Hem weg om Hem te kruisigen.
Toen zij op weg gingen, troffen zij een man uit Cyrene aan, van wie de naam Simon was; die dwongen zij om Zijn kruis te dragen.
En gekomen bij de plaats die Golgotha genoemd wordt, wat Schedelplaats betekent,  gaven zij Hem wijn vermengd met gal te drinken; maar toen Hij die geproefd had, wilde Hij die niet drinken. Nadat zij Hem gekruisigd hadden, verdeelden zij Zijn kleren door het lot te werpen, opdat vervuld zou worden wat gezegd is door de profeet: Ze hebben Mijn kleren onder elkaar verdeeld en om Mijn kleding hebben ze het lot geworpen.
En zij gingen zitten om Hem daar te bewaken.
En zij brachten boven Zijn hoofd een opschrift aan met de beschuldiging tegen Hem: DIT IS JEZUS, DE KONING VAN DE JODEN.
Toen werden met Hem twee misdadigers gek ruisigd, een aan Zijn rechter -, en een aan Zijn linkerzijde.
En de voorbijgangers lasterden Hem, schudden hun hoofd, en zeiden: U Die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt, verlos Uzelf.
Als U de Zoon van God bent, kom dan van het kruis af!
En evenzo spotten ook de overpriesters, samen met de schriftgeleerden en de oudsten en de Farizeeën, en zij zeiden: Anderen heeft Hij verlost, Zichzelf kan Hij niet verlossen.
Als Hij de Koning van Israël is, laat Hij nu van het kruis afkomen en wij zullen Hem geloven.
Hij heeft op God vertrouwd; laat Die Hem nu verlossen als Hij Hem welgezind is, want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon.
Hetzelfde verweten Hem ook de misdadigers die met Hem gekruisigd waren.
En vanaf het zesde uur kwam er duisternis over heel de aarde, tot het negende uur toe.
Ongeveer op het negende uur riep Jezus met een luide stem: Eli, Eli, lama sabachtani?
Dat betekent: Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?
Sommigen van hen die daar stonden, zeiden, toen zij dit hoorden: Hij roept Elia.
En meteen snelde een van hen toe, nam een spons, doordrenkte die met zure wijn, stak hem op een rietstok en hij gaf Hem te drinken.
Maar de anderen zeiden: Houd op, laten wij zien of Elia komt om Hem te verlossen.
Jezus riep nogmaals met luide stem en gaf de geest.
 
 
Achtergrond-informatie:
 
De soldaten van de stadhouder zijn geen Romeinse soldaten, maar hulptroepen die uit de niet-Joodse gelederen werden geroepen.
Uit eigen beweging bespotten zij Jezus en toonden daarmee hun verachting voor het Joodse volk.
Met het spuwen bereikte hun bespotting een hoogtepunt.
Met het slaan op de doornenkroon gaat het over in mishandeling.
Dit slaan moet zeer pijnlijk zijn geweest.
De soldaten hadden maar één bedoeling: Jezus 'koningschap bespottelijk te maken.
Vóórdat Jezus gekruisigd werd, gaven de soldaten Hem zure wijn (was de volksdrank) vermengd met gal (bitterheid, soort gif).
Het was de Joodse gewoonte om de veroordeelde vóór de terechtstelling een verdovende drank te geven om de pijn te verlichten.
Maar toen Jezus proefde wat ze Hem gaven, wees Hij dit af.
Hij wilde bij volle bewustzijn Zijn lijden dragen.
De spons met azijnwijn die ze Jezus even later gaven, was minder goed bedoeld, dat vormde een onderdeel van de spotternij en het wrede spel van de soldaten.
Dit was bij de Romeinen een bekend martelaarsmiddel, dat ze op verschillende manieren gebruikten.
Ze gaven het als mengsel met gal of zout te drinken of ze goten het over de wonden.
Als Jezus de geest geeft (de levensadem uitblaast), spreekt Hij voor de laatste keer aan het kruis.
 
Zoek maar eens op wat de Here Jezus riep.
Je kunt het lezen in Lucas 23:46 en in Johannes 19:30.
 
Plaats nu het kruis op het liggende kruis.
Waarom stierf de Here Jezus?
Voor wie?
 
 

 
Lees meer...
Het verraad voorzegd tot de gevangenneming
 
Symbool: Lijdensbeker
 
Lezen: Mattheüs 26:31-56
 
Toen zei Jezus tegen hen: U zult in deze nacht allen aanstoot aan Mij nemen, want er is geschreven: Ik zal de Herder slaan en de schapen van de kudde zullen uiteengedreven worden.
Maar nadat Ik opgewekt zal zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea.
Maar Petrus antwoordde Hem en zei: Al zouden zij ook allen aanstoot aan U nemen, ik zal nooit aanstoot aan U nemen.
Jezus zei tegen hem: Voorwaar, Ik zeg u dat u in deze nacht, voordat de haan gekraaid zal hebben, Mij driemaal zult verloochenen.
Petrus zei tegen Hem: Al moest ik ook met U sterven, ik zal U beslist niet verloochenen!
Hetzelfde zeiden ook al de discipelen.
Toen ging Jezus met hen naar een plaats die Gethsémané heette, en zei tegen de discipelen: Ga hier zitten, terwijl Ik daar ga bidden.
En Hij nam Petrus en de twee zonen van Zebedeüs met Zich mee en begon bedroefd en zeer angstig te worden.
Toen zei Hij tegen hen: Mijn ziel is zeer bedroefd, tot de dood toe; blijf hier en waak met Mij.
En nadat Hij iets verder gegaan was, wierp Hij Zich met het gezicht ter aarde en bad: Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze drinkbeker aan Mij voorbijgaan.
Maar niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt.
En Hij kwam bij de discipelen en trof hen slapend aan en Hij zei tegen Petrus: Kon u dan niet één uur met Mij waken?
Waak en bid, opdat u niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.
Opnieuw, voor de tweede keer, ging Hij heen en bad: Mijn Vader, als deze drinkbeker aan Mij niet voorbij kan gaan zonder dat Ik hem drink, laat Uw wil dan geschieden.
En toen Hij bij hen kwam, trof Hij hen opnieuw slapend aan, want hun ogen waren zwaar geworden.
 En Hij liet hen achter, ging nogmaals heen en bad voor de derde keer met dezelfde woorden.
Toen kwam Hij bij Zijn discipelen en zei tegen hen: Slaap nu maar verder en rust; zie, het uur is nabijgekomen dat de Zoon des mensen overgeleverd wordt in de handen van zondaars.
Sta op, laten wij gaan; zie, hij die Mij verraadt, is dichtbij.
En terwijl Hij nog sprak, zie, Judas, een van de twaalf, kwam er aan en met hem een grote menigte, met zwaarden en stokken, gestuurd door de overpriesters en oudsten van het volk.
Hij die Hem verraadde, had met hen een teken afgesproken en gezegd: Degene Die ik kussen zal, Die is het; grijp Hem.
En hij ging meteen naar Jezus toe en zei: Gegroet, Rabbi!
En hij kuste Hem.
Maar Jezus zei tegen hem: Vriend, waarvoor bent u hier?
Toen kwamen zij dichterbij, sloegen de handen aan Jezus en grepen Hem.
En zie, een van hen die bij Jezus waren, stak zijn hand uit, trok zijn zwaard, trof de slaaf van de hogepriester en sloeg hem het oor af.
Toen zei Jezus tegen hem: Doe uw zwaard terug op zijn plaats, want allen die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen.
Of denkt u dat Ik Mijn Vader nu niet kan bidden, en Hij zal Mij meer dan twaalf legioenen engelen ter beschikking stellen?
Hoe zouden anders de Schriften vervuld worden, die zeggen dat het zo geschieden moet?
Op dat moment sprak Jezus tot de menigte: Bent u er met zwaarden en stokken opuit gegaan als tegen een misdadiger om Mij te vangen?
Dagelijks zat Ik bij u in de tempel om onderwijs te geven en u hebt Mij niet gegrepen, maar dit alles is geschied, opdat de Schriften van de profeten vervuld zouden worden.
Toen verlieten al de discipelen Hem en vluchtten.
 
 
Achtergrond-informatie:
 
Verdrietig en bang bad Jezus tot driemaal toe: 'Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze beker Mij voorbijgaan, doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt.'
De uitdrukking 'beker' herinnert aan het Joodse gezinsleven.
Het was in Israël gewoonte, dat bij een maaltijd de vader van het gezin in de beker van iedere huisgenoot het deel van het eten en drinken toedeelde, die hem toekwam.
Daarom werd dat beeld ook vaak gebruikt, wanneer men dacht aan God.
In het Oude Testament is 'beker' een gebruieklijke uitdrukking voor oordeel en lijden, dat uit Gods hand komt (zie bijv. Psalm 75:9; Jesaja 51:17,22)
 
Jezus aanvaardde de beker van het lijden voor ons.
Daarom plaatsen we vandaag deze zwarte beker op het kruis.
Om het persoonlijk te maken, kan ieder op een strookje papier zijn/haar naam schrijven en dat opgevouwen in de 'lijdensbeker' doen.
 
 

 
Lees meer...   (2 reacties)
 
Instelling avondmaal
 
Symbool: Brood en beker
 
Lezen: Mattheüs 26:17-30
 
Op de eerste dag van de ongezuurde broden kwamen de discipelen naar Jezus toe en zeiden tegen Hem: Waar wilt U dat wij voorbereidingen voor U treffen om het Pascha te eten?
Hij zei: Ga de stad in naar een zeker persoon en zeg tegen hem: De Meester zegt: Mijn tijd is nabij; Ik zal bij u het Pascha houden met Mijn discipelen.
En de discipelen deden zoals Jezus hun opgedragen had, en maakten het Pascha gereed.
Toen het avond geworden was, lag Hij aan met de twaalf.
En toen zij aten, zei Hij: Voorwaar, Ik zeg u dat een van u Mij zal verraden.
En zij werden zeer bedroefd en ieder van hen begon tegen Hem te zeggen: Ik ben het toch niet, Heere?
Hij antwoordde en zei: Wie de hand met Mij in de schotel indoopt, die zal Mij verraden.
De Zoon des mensen gaat wel heen zoals over Hem geschreven is, maar wee die mens door wie de Zoon des mensen verraden wordt!
Het zou goed voor die mens zijn als hij niet geboren was.
Judas, die Hem verraadde, antwoordde en zei: Ik ben het toch niet, Rabbi? Hij zei tegen hem: U hebt het gezegd.
En terwijl zij aten, nam Jezus het brood en toen Hij het gezegend had, brak Hij het en gaf het aan de discipelen en Hij zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam.
Hij nam ook de drinkbeker en nadat Hij gedankt had, gaf Hij hun die, en zei: Drink allen daaruit,
want dit is Mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.
Ik zeg u dat Ik van nu aan van de vrucht van de wijnstok niet zal drinken tot op de dag wanneer Ik die met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk van Mijn Vader.
En toen zij de lofzang gezongen hadden, vertrokken zij naar de Olijfberg.

 
 
Achtergrond-informatie:
 
Het voorbereiden van het Pascha Hield o.a. in: het zoeken naar een gepaste ruimte, het kopen van een lam, het slachten ervan in de tempel aan het einde van de middag en het klaarmaken van de maaltijd.
Tijdens deze avondmaaltijd werd herdacht hoe God Zijn volk uit Egypte had verlost.
De Paschamaaltijd in de tijd van de Here Jezus verliep als volgt:
De vader van het gezin (of het hoofd van een groep mensen) opende het feest met het uitspreken van twee zegeningen, de eerste over het hele feest en de tweede over de aanwezige wijn.
Dan werd de eerste beker met wijn gedronken.
Daarna werd het eten binnengebracht en de vader legt de betekenis van dit eten uit.
Het bestaat uit ongezuurd brood (er was geen tijd om het deeg te laten rijzen toen Israël 's nachts uit Egypte vertrok), bittere kruiden (de tijd in Egypte was bitter), charoseth (bruin zoet vruchtenmoes, dat lijkt op het leem, waarvan de stenen voor de farao gebakken moesten worden) en het gebraden lam.
Na het zingen van het eerste deel van de lofzang (Psalm 113-118) werd de tweede beker gedronken.
Daarna nam de vader het brood, sprak de zegen erover uit, brak het en deelde het uit.
Het werd gegeten met de bittere kruiden en het vruchtenmoes.
Pas dan begon men met het eten van het paaslam.
Na de maaltijd zegende het hoofd van het gezin de derde beker en sloot dan tegelijk met een dankgebed af.
Tot slot werd dan het tweede deel van de lofzang gezongen.
Als de Here Jezus het brood breekt, gaat het Pascha over in de maaltijd des Heren.
Hier wordt het Avondmaal ingesteld.
Terwijl de Joden spraken over het lam als 'het lichaam van het Pascha', spreekt Jezus nu over Zijn lichaam.
Hij is het nieuwe Paaslam, wiens dood het nieuwe verbond instelt.
 
Daar denken we aan als we vandaag brood en beker op het kruis plaatsen.
Dank U wel, Here Jezus, dat ik door Uw bloed mag leven.
 
 
 
 
Lees meer...
 
Symbool: Klein handdoekje
 
Lezen: Johannes 13:1-17
 
En vóór het feest van het Pascha, toen Jezus wist dat Zijn uur gekomen was dat Hij uit deze wereld zou overgaan naar de Vader, heeft Hij de Zijnen, die in de wereld waren en die Hij liefgehad had, liefgehad tot het einde.
Toen dan de maaltijd plaatsvond en de duivel Judas Iskariot, de zoon van Simon, al in het hart gegeven had Hem te verraden, stond Jezus, Die wist dat de Vader Hem alle dingen in handen gegeven had en dat Hij van God uitgegaan was en tot God heenging, op van de maaltijd, legde Zijn kleren af, nam een linnen doek en deed die om Zijn middel.
Daarna goot Hij water in de waskom en begon de voeten van de discipelen te wassen en af te drogen met de linnen doek die Hij om Zijn middel had.
Zo kwam Hij bij Simon Petrus en die zei tegen Hem: Heere, wilt Ú mij de voeten
wassen?
Jezus antwoordde en zei tegen hem: Wat Ik doe, weet u nu niet, maar u zult het later inzien.
Petrus zei tegen Hem: U zult mijn voeten in der eeuwigheid niet wassen!
Jezus antwoordde hem: Als Ik u niet was, hebt u geen deel met Mij.
Simon Petrus zei tegen Hem: Heere, niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd.
Jezus zei tegen hem: Wie gebaad heeft, heeft slechts nodig dat zijn voeten worden gewassen, want hij is al geheel rein.
En u bent rein, maar niet allen.
Want Hij wist wie Hem verraden zou; daarom zei Hij: U bent niet allen rein.
Toen Hij dan hun voeten gewassen had en Zijn kleren weer had aangedaan, ging Hij weer aanliggen en zei tegen hen: Ziet u in wat Ik aan u gedaan heb?
U noemt Mij Meester en Heere, en u zegt het terecht, want Ik ben het.
Als Ik dan, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, moet ook u elkaars voeten wassen.
Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook u zult doen zoals Ik voor u heb gedaan.
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Een slaaf is niet meer dan zijn heer, en een gezant niet meer dan hij die hem gezonden heeft.
Als u deze dingen weet, zalig bent u als u ze doet.
 
 
 
Achtergrond-informatie:
 
met de dag 'voor het Paasfeest' werd donderdag 14 Nisan bedoeld.
Het feest der ongezuurde broden (15-21 Nisan) was nog niet aangebroken, daarom kon Johannes zeggen, dat het nog 'v'óór het Paasfeest' was.
Toch was het op de 14 Nisan al wel Pascha.
Het geslachte paaslam werd 's avonds gegeten, van daar dat onder de 'maaltijd' de paasmaaltijd verstaan moet worden.
Het is de laatste avond die Jezus samen met Zijn discipelen doorbrengt.
Voordat je naar een (feest-)maaltijd ging, waste je je helemaal.
Maar door het stof van de weg, werden je voeten in open sandalen weer helemaal vies.
Voor je aan tafel ging, werden je voeten door een slaaf gewassen, zodat je weer helemaal schoon was.
Blijkbaar was er in de bovenzaal geen slaaf aanwezig om dat te doen.
De discipelen gingen liever met ongewassen voeten aan tafel liggen, dan zich te vernederen door die taak op zich te nemen.
Wanneer Jezus dat merkt, legt Hij Zijn mantel af, slaat een linnen doek om (die werd gebruikt als handdoek), pakt water en wast de voeten van Zijn discipelen.
De Here Jezus werd dienstknecht.
Ondanks Zijn goddelijke herkomst en bestemming was Jezus bereid het nederigste slavenwerk te doen: vieze voeten wassen.
 
Daarom leggen we vandaag als symbool een handdoek op het kruis.
Hoe kun jij anderen dienen of helpen?
 
 
 
Lees meer...
 
Symbool: Reukolie in kannetje of flesje
 
Lezen: Mattheüs 26:6-13
 
Toen Jezus in Bethanië was, in het huis van Simon, de melaatse, kwam er een vrouw naar Hem toe die een albasten fles met zeer kostbare zalf had; en zij goot die uit op Zijn hoofd terwijl Hij aanlag.
Toen Zijn discipelen dat zagen, waren zij verontwaardigd en zeiden: Waartoe deze verkwisting?
Deze zalf had immers duur verkocht kunnen worden en de opbrengst aan de armen gegeven.
Maar Jezus, Die dit merkte, zei tegen hen: Waarom valt u deze vrouw lastig?
Want zij heeft een goed werk aan Mij verricht.
De armen hebt u immers altijd bij u, maar Mij hebt u niet altijd.
Want toen zij deze zalf op Mijn lichaam goot, deed zij dat als voorbereiding op Mijn begrafenis.
Voorwaar, Ik zeg u: overal waar dit Evangelie gepredikt zal worden in heel de wereld, zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden over wat zij gedaan heeft.
 
 
Achtergrond-informatie:
 
Het geven van olie aan gasten om zich te zalven. was een algemene gewoonte in Israël.
Voor dure zalfolie, zoals de heerlijk ruikende nardusbalsem, die hier gebruikt werd, werden albasten vaasjes gebruikt.
Het was dus heel luxe wat Maria (de zus van Lazarus, volgens Johannes 12:1-3) hier deed.
De discipelen echter, en in het bijzonder Judas, vonden het maar verspilling.
De dure olie had beter verkocht kunnen worden, dan kon het geld aan de armen gegeven worden.
De Here Jezus reageerde hierop: 'De armen zullen jullie altijd bij je hebben, maar Mij niet.
Ze heeft het gedaan met het oog op Mijn begrafenis.'
Jezus waardeerde deze daad van Maria en noemde het liefdewerk.
Volgens Joods gebruik werden de doden gewassen en gezalfd.
Het verzorgen en begraven van de doden was in Israël een godsdienstige plicht die men heel belangrijk vond.
Nóg belangrijker zelfs dan het bestuderen van de wet.
Jezus verwachtte als een misdadiger gedood te worden en daarom zonder zalving begraven te worden.
Dat was de reden, dat Hij haar daad zo prees en zei: 'Overal in de wereld waar het evangelie verteld zal worden , zal dit ook verteld worden.
Tot voorbeeld voor iedereen.'
 
Daarom plaatsen we vandaag reukolie op het kruis.
Wat zou jij vandaag, met het voorbeeld van Maria in gedachten, aan de Here Jezus kunnen geven?
 
 
 
 
Lees meer...
 
Symbool: Palmtakje
 
Lezen: Mattheüs 21:1-11
 
En toen zij Jeruzalem naderden en in Bethfagé bij de Olijfberg gekomen waren, zond Jezus twee discipelen uit en zei tegen hen: Ga het dorp in dat voor u ligt, en u zult meteen een ezelin vinden die vastgebonden is, en een veulen bij haar; maak ze los en breng ze bij Mij.
En als iemand iets tegen u zegt, moet u zeggen dat de Heere ze nodig heeft, en hij zal ze meteen sturen.
Dit alles is gebeurd opdat vervuld zou worden wat gesproken is door de profeet, toen hij zei:
Zeg tegen de dochter van Sion: Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en een veulen dat een jong van een jukdragende ezelin is.
En de discipelen gingen heen en deden zoals Jezus hun bevolen had; zij brachten de ezelin en het veulen, en zij legden hun kleren erop en zetten Hem daarop.
En het grootste deel van de menigte spreidde hun kleren uit op de weg en anderen hakten takken van de bomen en spreidden ze uit op de weg.
De menigte die vooropliep en die volgde, riep: Hosanna, de Zoon van David!
Gezegend Hij Die komt in de Naam van de Heere!
Hosanna, in de hoogste hemelen!
Toen Hij Jeruzalem binnenkwam, raakte heel de stad in opschudding en men zei: Wie is Dat?
De menigte zei: Dat is Jezus, de Profeet uit Nazareth in Galilea.
 
 
Achtergrond-informatie:
 
De Here Jezus kwam zes dagen voor Pasen naar Betanië, op de vrijdag de achtste Nisan* (Johannes 12:1).
Hij bleef daar de Sabbat over en op de eerste dag van de week, vijf dagen voor Zijn dood, trok Hij, rijdend op een ezel, Jeruzalem binnen.
Op deze dag moest het paaslam worden uitgekozen (Exodus 12:3).
Door een symbolische daad stelde de Here Jezus Zich aan het volk voor als de Messias, wat de dood van hèt Paaslam zou betekenen.
Het woord 'Hosanna' was oorspronkelijk een smeekbede om hulp en verlossing, vaak gericht tot een koning maar ook tot God.
Tijdens het Loofhuttenfeest was men gewoon op alle zeven dagen, naasst andere verzen, ook Psalm 118:25 (Hosanna) te roepen en te zingen, terwijl men om het brandofferaltaar liep met palmtakken (die ook wel 'Hosanna's' werden genoemd) in de handen.
Vanwege de vaste plaats van het 'Hosanna' in de liturgie van de grote feesten was het geleidelijk van een roep om hulp tot een jubelroep geworden.
De menigte die Jezus volgde, jubelde en gaf lof en prijs aan Hem, die als de Zoon van David, als de Messias, de belofte voor Israël kwam vervullen.
 
Dat mogen wij ook doen, als we het symbool van vandaag, de Palmtak, op het kruis leggen. 
 
 
Lees meer...

Jaren geleden, toen onze kinderen nog klein waren, ontvingen we eens aan het einde van een dienst een stencil met daarop: Van Palmpasen tot Pasen.
Hiermee kon je samen met de kinderen aan de hand van symbolen toeleven naar het Paasfeest.
Voor iedere dag was er een bepaald symbool met een klein Bijbelgedeelte om te lezen en wat achtergrondinformatie voor de wat oudere kinderen en de volwassenen.
Wij hebben dit heel wat jaartjes met onze kinderen gedaan en het werd een bijzondere tijd naar Pasen toe.
De spullen heb ik altijd bewaard en hoe wel onze kinderen nu groot zijn, ben ik het nooit vergeten en heb het allemaal weer tevoorschijn gehaald.
Graag wil ik deze dagen nogmaals, aan de hand van dit stencil naar Pasen toe leven.
Loop je met me mee?
Iedere dag zal ik een stukje van dit stencil hier op de site plaatsen, maar eerst zal ik even aangeven wat je allemaal nodig heb, zodat je alle benodigde spullen van te voren in huis en klaar heb.
Laten we zo samen op deze manier naar Pasen toe leven.
Gods zegen toe gebeden!
 
 

Een mens leert ongeveer:
10 % door wat hij hoort
50 % door wat hij hoort en ziet
90 % door wat hij hoort, ziet en doet!

 
* Maak een ‘Paastafeltje’ of een plekje in de woonkamer met daarop een (ruw) 
   houten liggend kruis van ongeveer 50 cm.
   (om het makkelijker te kunnen opbergen heeft mijn man voor mij twee kleine  
   plankjes gezaagd en één lange; als je de kleine plankjes aan weerszijden van de
   lange plank legt, heb je een kruis wat ook makkelijk is op te bergen (mocht je dat
   willen).
 
 
 

* Voorbereiding van de verdere symbolen:

   1. Knip een palmtakje uit dik lichtgroen papier of haal een groen takje uit de tuin (of 
       van een plant)
   2. Doe een beetje reukolie of badolie in een flesje
   3. Klein (gasten)doekje
   4. Stukje matzes en een medicijnmaatbekertje met rood sap of rood crêpepapier
   5. Medicijnmaatbekertje met zwart papier eromheen geplakt; op het
       medicijnbekertje wordt met een witte stift “Lijden” geschreven
   6. Kruisje: 2 stokjes aan elkaar gelijmd of met een touwtje vastgebonden
   7. Zwart lapje stof
   8. Steen of grote kiezel met daarop geschreven of geschilderd: Jezus Leeft!

 
 
Vanaf zondag 1 april, Palmpasen, zal ik iedere dag een stukje van het stencil plaatsen.

Lees meer...
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl